Samenlevingsopbouw Gent | Blaisantvest 70, 9000 Gent | T 09 223 95 15 | F 09 239 96 72 | E Info | Webmaster
 
 
 
Samenlevingsopbouw in Vlaanderen: Beleid

Het beleidskader van het opbouwwerk

De actuele organisatie van het opbouwwerk in Vlaanderen en Brussel werd uitgetekend in het decreet Maatschappelijk Opbouwwerk van 1991 en het uitvoeringsbesluit van 2000, dat het eerste uitvoeringsbesluit van 1991 vervangt.

De sector opbouwwerk bestaat vooreerst uit acht Regionale Instituten voor de Samenlevingsopbouw, namelijk één per provincie en telkens één in de grootsteden Antwerpen, Brussel en Gent en uit vijf opbouwwerkinstellingen. Deze laatste zijn verenigingen die na de herstructurering in 1983 zelfstandig wensten te blijven en zelf hun opbouwwerkers in dienst te houden. Het decreet legt hen evenwel de verplichting op om zich binnen de planning van een RISO in te schakelen.

Deze instituten en instellingen dienen van overheidswege opbouwwerk als hoofdfunctie te hebben en open te staan voor verschillende maatschappelijke verbanden en groepen, zonder onderscheid van politieke, filosofische en levensbeschouwelijke aard. Het zijn allemaal v.z.w.'s.

Vervolgens telt de sector een ondersteuningspunt namelijk het Vlaams Instituut voor Samenlevingsopbouw (VIBOSO, opgericht in 1982) en een belangen behartigende organisatie met name de Federatie Samenlevingsopbouw (FESO, opgericht in 2001). Het doel van de federatie is de belangenbehartiging van de sector en het overleg omtrent werkgeversaangelegenheden. FESO is een feitelijke vereniging die bestaat uit de coördinatoren en voorzitters van de negen opbouwwerkinstituten. Hiermee is een structureel onderscheid gemaakt tussen belangenbehartiging door FESO en de inhoudelijke en methodische ondersteuning van het werkveld door VIBOSO.

Noch binnen het (maatschappelijk) opbouwwerk, noch in de samenlevingsopbouw in ruime zin bestaat een overlegplatform of beroepsvereniging specifiek voor opbouwwerkers of professionals in de samenlevingsopbouw.

Het maatschappelijk opbouwwerk valt anno 2004 onder de bevoegdheid van de Vlaamse Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke kansen en is administratief ondergebracht bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, afdeling Algemeen Welzijnsbeleid. Ter hoogte van de provinciebesturen wordt het opbouwwerk opgevolgd en enigszins gestimuleerd door diensten die zich met diverse welzijnsmateries bezighouden.

De decretale middelen voor het maatschappelijk opbouwwerk belopen anno 2003 zowat 6,5 miljoen euro. Daarmee worden de huisvestingskosten, werkingskosten en bijna 133 voltijdse formatieplaatsen betaald. Het budget kende recent een substantiële verhoging omwille van de opname van 34,4 voltijds equivalente DAC'ers in het decretaal kader en de verhoging van de werkingsmiddelen. Daarbij komen nog 96 voltijdse formatieplaatsen met niet-decretale middelen.

Het opbouwwerk is sterk regionaal verankerd in regionale instituten. Tussen 1983 en 1986 werden zeven RISO's opgericht namelijk één per provincie en één in de grootsteden Antwerpen en Brussel. Gent werd uit RISO Oost-Vlaanderen gelicht om een afzonderlijk RISO te worden in 2001.

De opdrachten van de RISO's kunnen we groeperen in vijf taakgebieden. Op de eerste plaats werken zij periodiek een meerjarenplan uit en staan in voor de verwezenlijking ervan. In dit kader smeden RISO's coalities met partnerorganisaties en brengen voorstellen op provinciale of stedelijke beleidstafels. RISO's zijn verantwoordelijk voor de planning, uitvoering, evaluatie van programma's en projecten als onderdelen van het meerjarenplan. De regionale instituten zorgen voor de inhoudelijke en methodische werkbegeleiding van opbouwwerkers en in sommige gevallen ook van buurtwerkers en schoolopbouwwerkers. Tenslotte verlenen RISO's advies en ondersteuning aan derden, waaronder lokale en provinciale besturen.

Een opvallend gegeven is dat zowel stedelijke als provinciale RISO's een werkstructuur in het leven hebben geroepen om zich gedurende langere tijd in te zetten binnen prioritaire territoria. Het gaat over steunpunten die een bepaalde regio of stadsdeel/wijk bestrijken en die zorgen voor een inbedding in de lokale samenleving. Tegelijk wordt daarmee afgestapt van eenmansposten en worden opbouwwerkers in kleine teams samengebracht die de werking in een bepaald gebied schragen.

Laatste wijziging: 01 februari 2010

 
Hoe Samenlevingsopbouw Gent bereiken                                                                                                                                                Naar Boven